neptunus
In het begin van de zeventiende eeuw noteerde Galileo Galilei een waarneming van een object in de ruimte waarvan we nu weten dat het Neptunus was. Hij dacht dat het een ster was. Het duurde nog 2 eeuwen voordat Neptunus als planeet werd ontdekt. In de negentiende eeuw berekende Alexis Bouvard de baan die Uranus rond de zon zou moeten afleggen, maar die planeet bleek een andere weg te volgen. Dat wees erop dat er een andere planeet aan trok, voorbij Uranus. De ontdekking van Neptunus was vooral het resultaat van wiskunde en niet van waarnemingen. Op basis van de omloopbaan van Uranus berekenden de wetenschappers John Couch Adams en Urbain Le Verrier onafhankelijk van elkaar waar de planeet zich zou moeten bevinden. Geen van beiden wist echter voldoende aandacht te trekken om sterrenwachten te laten kijken of Neptunus zich inderdaad bevond waar zij de planeet verwachtten. Uiteindelijk was het een Duitse sterrenkundige, Johann Gottfried Galle, die de berekeningen van Le Verrier gebruikte, en op 23-09-1846 zag hij de achtste planeet van ons zonnestelsel. Dat was bijna precies waar Le Verrier had voorspelt en heel dicht bij de berekening van Couch Adams. Dat leidde tot een felle discussie over wie de eer toekwam van de ontdekking. Couch Adams was Brits en Le Verrier Frans en beide wisten zich gesteund door hun natie. Uiteindelijk kregen beide de eer toegeschreven, maar nu word de eer steeds vaker alleen aan Le Verrier toegeschreven.
In het begin van de jaren ’80 keken wetenschappers geboeid toe hoe Neptunus langs een ster trok. Deze sterbedekking (oculatie) maakt het mogelijk om de grote van een planeet te berekenen en de atmosfeer te bekijken. Neptunus “knipoogde” aan beide kanten naar de wetenschappers. Dit betekende dat er een ring om de planeet kon zijn. Het bestaan van een ringsysteem werd pas in 1989 bevestigd door Vojager 2. Dat onderzoekers dit ringsysteem niet eerder hadden gezien, komt doordat het materiaal veel donkerder is dan de ringen van Saturnus; het bestaat uit gesteenten en stof, niet uit ijs en is door de telescoop niet te zien. Het ruimtevoertuig registreerde dat de verdeling van het materiaal niet regelmatig was en sommige onderzoekers denken dat Neptunus een boog en geen ringen om zich heen heeft. Vojager 2 zag 4 hoofdringen; de scheidingen waren tijdens de sterbedekking niet te zien, omdat het materiaal te veel verspreid is om het licht te doen knipperen. De vier hoofdringen zijn vernoemd naar de ontdekkers van de planeet en zijn grootste maan (Triton): Adams, Le Verrier, Galle en Lassell. Vojager 2 en daarna de Hubble-telescoop hebben in totaal 9 ringen ontdekt. Of er meer zijn zal een nieuwe missie moeten uitmaken.
De Grote Donkere Vlek op het zuidelijk halfrond van Neptunus werd in 1989 door Vojager 2 ontdekt. Hij leek op de Grote Rode Vlek van Jupiter; snelle winden van meer dan 2000 km/u werden in de buurt van de vlek waargenomen, waardoor de vlek in ruim achttien uur de planeet werd rond geblazen. Tegenwoordig denkt men dat deze vlek een gat in de atmosfeer van Neptunus was, vergelijkbaar met het gat in de ozonlaag van onze aarde. In 1994, toen de Hubble-telescoop naar de Grote Donkere Vlek zocht, leek die te zijn verdwenen. In plaats daarvan was er op het noordelijk halfrond een andere vlek. Om ze uit elkaar te houden wordt de oorspronkelijke vlek de Grote Donkere Vlek van 1989 genoemd en de latere de Grote Donkere Vlek van 1994. Vojager 2 ontdekte nog een kleinere, donkere vlek op het zuidelijk halfrond. In 1994 was ook die weer verdwenen; zo blijkt hoe dynamisch de atmosfeer van Neptunus is.



Neptunus

Wilt u ons contacteren dan kan dat