Mercurius
Mercurius is moeilijk door een telescoop te zien, omdat de planeet zo klein is en het dichtst bij de zon staat. Dat Mercurius zo dicht bij de zon staat, wil zeggen dat hij het best in de ochtend- en avondschemering te bekijken valt, omdat het zonlicht dan niet zo fel is. Het gemakkelijkst is Mercurius te zien bij maximale elongatie: de grootste afstand (hoek) tussen een binnenplaneet (één van de planeten binnen de eerste asteroïdengordel) en de zon, vanaf de aarde bekeken. Maar dat is bij Mercurius slechts 27 graden, wat betekent dat zelfs dan een waarnemer nog steeds in de buurt van de zon moet kijken.
De Mariner 10 werd in november 1973 gelanceerd. Daarvoor was het te duur om raketten te bouwen die krachtig genoeg waren om de aarde achter zich te laten en in de nog snellere omloopbaan van Mercurius te komen. Maar nu was er een nieuwe methode: de aantrekkingskracht van Venus werd ingezet om de Mariner 10 op weg naar Mercurius te helpen, de zogenoemde `gravity-assist’ of `slingshot’ manoeuvre. De Mariner 10 vloog in maart en september 1974 langs Mercurius en later nog een keer in maart 1975. Daarbij kon iets minder dan de helft van de planeet worden bekeken. De Mariner 10 ontdekte een onverwacht magneet¬veld. Men had verwacht dat de kern van de planeet lang geleden zou zijn gestold, maar het bestaan van een magnetisch veld lijkt erop te wijzen dat Mercurius een metallische kern heeft die nog gedeeltelijk vloeibaar is. Deze kern is waarschijnlijk heel groot, wellicht groter dan onze maan. Ondanks het feit dat Mercurius veel kleiner is dan de aarde, is de gemiddelde dichtheid ongeveer hetzelfde en dat wijst op het bestaan van een grote kern uit ijzer.
Toen de Mariner 10 bij de planeet arriveerde, werd snel duidelijk dat Mercurius net als de maan bezaaid was met kraters. Een van de eerste dingen die zichtbaar werden, was een enorme krater. Deze werd later Kuiper genoemd, naar de beroemde planetaire wetenschapper Gerard Kuiper die was overleden kort voor de aankomst van de Mariner 10 bij Mercurius. De kraters op de planeet zijn waarschijnlijk het gevolg van meteorietinslagen. Een bijzonder grote inslagkrater is het Calorisbekken; de middellijn daarvan wordt op 1300 km geschat en de inslag was zo hevig dat aan de andere kant van de planeet bergen werden opgeworpen.

Het bestaan van gladde vlakten geeft aan dat er ooit gesmolten lava aanwezig was, maar dat er nog steeds zoveel kraters zijn betekent dat de planeet geologisch niet meer actief was, anders zouden de gaten weer glad zijn opgevuld. Enorme kliffen van soms meer dan drie km hoog vormen nog een aanwijzing dat Mercurius is afgekoeld. Deze kliffen zijn waarschijnlijk het gevolg van krimp bij het afkoelen van de planeet. De Mariner 10 bracht minder dan 50% van het oppervlak van Mercurius in kaart. Hoewel de rest van de planeet waarschijnlijk hetzelfde is, kan een ander soort terrein niet worden uitgesloten; een blik op Mars is genoeg om in te zien dat een planeet die wordt afgedaan als gepokt, gemazeld en overleden, een veel dynamischere wereld kan herbergen.

De Romeinen noemden de planeet naar Mercurius, de boodschapper van de goden, vanwege de snelheid waarmee hij langs de hemel beweegt. Omdat de planeet het dichtste bij de zon staat duurt een omloopbaan slechts 88 dagen, bij een helse snelheid van 50 km/s, waardoor het de snelste planeet in het zonnestelsel is. Mercurius gaat in een paar maanden van maximale elongatie aan de ene kant van de zon naar maximale elongatie aan de andere kant van de zon.
Aan het eind van de negentiende eeuw beweerde Giovanni Schiaparelli dat de tijd waarin Mercurius om zijn as draait even lang zou duren als de omlooptijd, 88 dagen. Dat zou betekenen dat steeds dezelfde kant naar de zon is gekeerd. In de jaren ’60 bleek dat dat idee niet klopte, omdat de achterkant van Mercurius te warm werd geacht om steeds in het donker te kunnen zijn geweest. In plaats daarvan werd berekent dat Mercurius in 59 dagen om zijn as draait, wat nog betekent dat het op een deel van de planeet heel lang donker is.
De atmosfeer van Mercurius is zo dun dat wetenschappers het vaak geen atmosfeer maar exosfeer noemen. De exosfeer is de buitenste laag van de aardatmosfeer waar moleculen genoeg snelheid hebben om aan de zwaartekracht van de aarde te kunnen ontsnappen. Aangezien de hele atmosfeer van Mercurius net zo is als de buitenste laag van de aardatmosfeer, verdwijnen de meeste atomen en moleculen eruit naar de ruimte. Daarbij speelt de zon een grote rol. Kalium- en natriummoleculen hebben op Mercurius een levensduur van net drie uur en dat neemt af tot anderhalf uur als Mercurius zich in het perihelium (het punt het dichtst bij de zon) bevindt. Toen de Mariner tien Mercurius bezocht, werden helium, waterstof en zuurstof in de atmosfeer ontdekt. In de jaren ’80 werden ook nog kalium en natrium gevonden; er is nu bekend dat deze twee elementen meer dan 50% van de atmosfeer uit maken. De magnetosfeer (het magnetisch veld rond een planeet) van Mercurius kan ionen (een atoom dat elektrisch geladen is door een gebrek aan of overschot van één of meer elektronen) van zonnewinden invangen, wat ervoor zorgt dat de atmosfeer voortdurend wordt aangevuld, ook al verdwijnen moleculen er zo snel de ruimte in. De voorraad natrium en kalium van Mercurius wordt door meteorieten die op het oppervlak slaan, ook voortdurend aangevuld.


Voorstelling van de interne opbouw van Mercurius. Het kadertje onderaan toont Mercurius en de aarde op schaal. Mercurius is een rotsachtige planeet. Binnenin bevindt zich een grotere ijzeren kern (geel), met daaromheen een korst van silicaten (oranje). Mercurius heeft een erg ijle atmosfeer, die weinig warmte vasthoudt. Om die reden en vanwege de nabijheid tot de zon zijn er sterke temperatuurwisselingen, van rond -200 °C ’s nachts tot ruim 400 °C overdag.

Mercurius heeft een heel ijle atmosfeer, daardoor houdt de planeet maar weinig licht vast; de lucht is er donker ook al kan de temperatuur overdag oplopen tot wel 350 °Celsius. Tijdens de lange nacht kan het afkoelen tot min 170 °C. Aangezien de as waar Mercurius om draait bijna rechtop staat, komen er geen seizoenen voor en is de zon aan de evenaar het hele jaar door het sterkst. De temperaturen aan weerszijden van de evenaar zijn op dezelfde breedtegraden vergelijkbaar, omdat beide helften even dicht bij de zon zijn. Bij dergelijke hoge dagtemperaturen is het zeer onwaarschijnlijk dat er nog water voorkomt, in wat voor vorm dan ook. Desondanks hebben wetenschappers in 1991 radiogolven laten reflecteren op het oppervlak van Mercurius, in een experiment waarbij een afwijking bij de Noordpool werd gevonden. Dat zou kunnen betekenen dat bevroren water aanwezig is, diep binnenin kraters beschermd tegen de stralen van de zon. De loodrechte as van Mercurius betekent namelijk dat de zon niet in een dergelijke krater kan doordringen.


Temperatuurkaart van Mercurius. Gekleurd radiobeeld van het oppervlak geeft de temperaturen aan het oppervlak weer. Dit beeld werd verkregen via de VIA (Very Large Array) radiosterrenwacht bij een golflengte van twee cm. De hetere gebieden zijn in geel afgebeeld. Mercurius heeft bij zijn evenaar twee hete polen die worden veroorzaakt door de intense hitte van de zon die zo dichtbij is. De verste pool is niet te zien, maar kan worden afgeleid uit de hogere temperaturen rechtsonder bij de rand van de schijf.



Mercurius

Wilt u ons contacteren dan kan dat