Het melkwegstelsel

Het Melkwegstelsel:

Melkwegstelsel is de naam die ons eigen sterrenstelsel heeft gekregen, omdat het, vanaf aarde gezien, lijkt op een melkkleurige penseelstreek langs de nachtelijke hemel. Dat deze witachtige band in werkelijkheid uit miljoenen sterren bestaat, werd pas ontdekt toen Galileo Galilei als eerste dit verschijnsel door zijn telescoop waarnam. Vandaag de dag wordt er vanuit gegaan dat het Melkwegstelsel meer dan tweehonderd miljard sterren bevat, plus een onmetelijke hoeveelheid interstellair gas en stof.

Het is onmogelijk om precies te weten hoe het Melkwegstelsel er precies uitziet, omdat we geen op feiten gebaseerd beeld hebben van ons sterrenstelsel. Toch is uit waarnemingen van andere sterrenstelsels, telescopisch onderzoek en het zicht vanaf aarde gebleken dat het Melkwegstelsel een spiraalvormig stelsel is. In het midden bevindt zich de galactische bult, een bolvormig lichaam van sterren om de galactische kern heen. Om de bult is een veel vlakker gebied met de spiraalarmen, dat de galactische schijf wordt genoemd. De schijf en de bult liggen samen in de galactische halo, een dunne sluier van interstellair stof en donkere materie, onderbroken door bolvormige sterrenclusters. Hoewel de hoeveelheid zichtbare materie aan de rand van het sterrenstelsel sterk afneemt, heeft dit gebied vreemd genoeg veel massa. Onderzoekers beweren dat deze massa donkere materie is: materie die binnen de meetbare golflengten niet zichtbaar is. De donkere materie rond ons sterrenstelsel wordt de donkere halo genoemd, maar onderzoekers weten nog niet wat het precies is.
Over het ontstaan en de vorming van ons sterrenstelsel is nog steeds heel weinig bekend; men denkt dat zo’n tien tot vijftien miljard jaar geleden een grote gaswolk onder invloed van zijn eigen zwaartekracht ineenstortte. De eerste sterren die door de ineenstortende wolk werden geproduceerd, bevinden zich in de galactische halo. De sterren in de galactische bult zijn qua leeftijd te vergelijken met die in de galactische halo. In tegenstelling tot onze zon zijn dit populatie ІІ-sterren; dat zijn kleine roodachtige sterren die uitzonderlijk oud zijn: even oud als het Melkwegstelsel zelf. De schijf bevat voornamelijk populatie І-sterren, zoals onze eigen zon, die veel heter en jonger is dan de sterren in de bult. Waterstof en andere gassen en materialen zijn hier vermoedelijk terechtgekomen door de ineenstorting van de gaswolk, dus is stervorming blijven doorgaan in de galactische schijf.
Op een heldere avond, in gebieden zonder lichtvervuiling, is het Melkwegstelsel te zien als een lichtgevende band van sterren die het midden van de nachtelijke hemel doorkruist. In feite is dat het zijaanzicht van de galactische schijf. Het Melkwegstelsel lijkt helderder in de buurt van de sterrenbeelden Sagittarius (boogschutter) en Scorpio (schorpioen). Daar zijn de sterren dicht opeengepakt in de galactische bult waar de galactische kern zich bevindt. De kern is onzichtbaar door het interstellaire stof eromheen.

Het Melkwegstelsel, ons sterrenstelsel.

Ons zonnestelsel is te vinden aan de binnenrand van de Orion-arm, een kleine arm dicht bij de rand van ons sterrenstelsel. In de achttiende eeuw stelde William Herschel dat de aar¬de zich in het midden van de schijf bevond, omdat de sterren in beide richtingen in overvloed aanwezig waren. Dit is echter louter gezichtsbedrog, want licht van sterren wordt geabsorbeerd door interstellair stof en gas. Dat betekent dat ons blikveld in beide richtingen even sterk wordt beperkt en dat wekt de indruk dat we ons in het midden van de schijf bevinden. Pas in 1918 bepaalde Harlow Shapley de plaats van de aarde binnen ons sterrenstelsel door de afstanden van bolvormige clusters te observeren. Het zonnestelsel heeft vanuit zijn positie aan de rand van het Melkwegstelsel 220 miljoen jaar nodig om één omwenteling om de kern te voltooien.
De galactische bult bestaat uit de galactische kern — hét middelpunt van ons sterrenstelsel — en een groep dicht opeengepakte sterren eromheen. De exacte aard ervan is onduidelijk; interstellair stof verhindert ons waarnemingen te doen. Uit de analyse van andere sterrenstelsels blijkt dat in het midden daarvan zich wellicht een zwart gat bevindt. De ongelooflijk sterke zwaartekracht van een zwart gat met een grote massa zou verklaren waarom miljarden sterren in een baan rond de kern van een sterrenstelsel blijven. Inmiddels is er bewijsmateriaal dat het bestaan van een zwart gat in het midden van het Melkwegstelsel ondersteunt. Zwarte gaten kunnen indirect worden opgespoord aan de hand van krachtige röntgenstralen en radio-emissies afkomstig van materiaal in de accretieschijf rond het zwarte gat. Dergelijke röntgenstralen en radiogolven worden niet verborgen door het interstellaire stof dat het zicht op de galactische kern belemmert. Als een zwart gat middenin ons sterrenstelsel zou zijn, dan zou er ook een radio- of röntgenbron moeten zijn. onderzoekers hebben zo’n bron gevonden. Omdat deze uitzendt vanuit het sterrenbeeld Sagittarius, in de richting waar onderzoekers de galactische kern verwachten, wordt deze bron Sagittarius A genoemd. Dit is een sterk bewijs voor het bestaan van een zwart gat in het midden van het Melkwegstelsel.
Wilt u ons contacteren dan kan dat