mars
Mars werd na de vlucht van Mariner 9 in 1971 al vrij snel de dode planeet genoemd. De eerste foto’s van het oppervlak van Mars toonden een stoffig maanlandschap vol kraters en geen andere structuren. Dat veranderde aan het eind van de jaren ’70 toen de Viking-missies Mars bereikten en super vulkanen lieten zien. De vraag of Mars dood is blijft echter belangrijk. De wetenschap is nog niet zeker over de mogelijkheid van leven en vulkanische activiteiten op Mars, maar we weten sinds kort wel dat er water aanwezig is op Mars.
De grootste vulkaan van het zonnestelsel staat op Mars: de Olympus Mons, waarvan de top 27 km boven het oppervlak uit steekt (Mount Everest is 8.8 km hoog). De voet is 600 km breed, de helling is glooiend. Opvallend is de klifvormige onderkant van de helling. De ruwe, kronkelige plekken rond de vulkaan vormen de Olympus Mons Aureool. Van de aureool en de klif aan de basis is weinig bekend, al denkt men dat ze mogelijk een gezamenlijke herkomst hebben.
Door zijn kleine massa en zijn grootte heeft Mars een bijzonder ijle atmosfeer, met ongeveer een honderdste van de aardatmosfeer. Het belangrijkste bestanddeel van de lucht op Mars is koolstofdioxide, dat 95% van de atmosfeer uitmaakt, terwijl dat op aarde maar in kleine hoeveelheden voorkomt. De overige 5% bestaat voornamelijk uit argon en stikstof met een spoortje zuurstof. Hoewel de samenstelling en concentratie van de atmosfeer bemande missies kan bemoeilijken, maakt die wel veel onderzoek mogelijk. Dit in tegenstelling tot Venus, de naaste buur, die een veel dikkere atmosfeer dan de aarde heeft en waar ruimte-sondes heel snel zouden verbranden. Op Mars is dat niet het geval, waardoor al meerdere onbemande landingsmodules een bezoek hebben kunnen brengen.
Mars is een koude planeet. De gemiddelde oppervlaktetemperatuur is -60 °C. In de zomer kan het bij de evenaar rond de 20 °C worden. Dat veroorzaakt lage druk en dan komt koude lucht van de polen om de ruimte op te vullen die de stijgende warme lucht heeft achtergelaten. Zo ontstaan op Mars winden die meer dan honderden kilometers per uur kunnen halen. Deze snelle winden nemen stofdeeltjes mee en hullen zich in enorme stofstormen. Op door sondes gemaakte kleurenfoto’s van Mars is de lucht roze-bruinachtig. Dit komt door de ijzerrijke stofdeeltjes die de wind heeft meegenomen en die bijna altijd in de atmosfeer aanwezig zijn. Als het stof zakt, verandert de lucht op Mars echter in donkerblauw.
In 2004 maakte president Bush bekent dat de mens voor 2020 weer terug zou zijn op de maan om daar een tussenstation voor bemande missies naar Mars op te zetten. Voor snelle en verstrekkende ontdekkingen zijn geen instrumenten maar mensen nodig en net als de landing op de maan zou een bemande missie naar Mars een nieuw stadium in de ontwikkeling van de mensheid betekenen. Een bemande missie naar Mars is echter een bemande reis naar het onbekende. Wetenschappers weten nog niet hoe de mens het op Mars moet uithouden; de atmosfeer of het stof zouden zelfs voor de beste ruimtepakken een te grote uitdaging kunnen zijn. Een bemande missie zou bovendien extreem duur zijn en veel mensen vinden dat dergelijke bedragen beter kunnen worden besteed aan gezondheidszorg en onderwijs op aarde. De plannen van president Bush moeten ook nog allerlei presidentschappen en gebeurtenissen doorstaan, die wellicht tot andere prioriteiten en uitstel van missies naar Mars leiden. Maar het is vrijwel zeker dat er in de toekomst een mens op Mars zal staan, vooral omdat NASA al is begonnen met rekruteren van astronauten voor een bemande missie naar Mars.’



Mars

Wilt u ons contacteren dan kan dat