het ruimtevaarttijdperk

0p 4 oktober 1957 lanceerde de Sovjet-Unie met succes de eerste kunstmatige satelliet, de Spoetnik 1. Daarmee werd het ruimtevaarttijdperk ingeluid en begon de race tussen de Sovjet-Unie en de rivaal uit de Koude Oorlog, de Verenigde Staten van Amerika. De wortels van het ruimtevaarttijdperk liggen bij indrukwekkende, hoewel enigszins bedenkelijke, vorderingen die Duitse wetenschappers tijdens de Tweede Wereldoorlog op het gebied van de rakettechnologie maakten, toen Duitse V-2-raketten vanuit het noordwesten van Europa werden gelanceerd en in Londen naar beneden regenden. Na de oorlog probeerden de voormalige bondgenoten, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, zoveel mogelijk Duitse wetenschappers en oude V-2’s te kapen voor hun eigen ruimtevaart- en bewapeningsprogramma’s. De Verenigde Staten slaagden erin de leider van het V-2-project te pakken te krijgen, Werner von Braun, die later de ‘vader’ van het Amerikaanse ruimtevaart¬programma werd. In het kader van de Koude Oorlog, die zich toen snel ontwikkelde, zetten beide kanten deze wetenschappers samen met hun eigen mensen in om de Duitse V-2-technologie te gebruiken voor intercontinentale ballistische raketten. En beide kanten scoorden successen. In 1957 wist de beste raketgeleerde van de Sovjet-Unie, Sergei Korolev, met zijn team de regering in Moskou te overtuigen dat een kunstmatige satelliet in een omloopbaan van de aarde de Sovjet-Unie een aanzienlijke overwinning op de Verenigde Staten zou opleveren, waar velen het te duur vonden om sondes de ruimte in te sturen. In de maanden voor de opzienbarende lancering in oktober had Korolev de leiding over de bouw van de Spoetnik 1 en het testen van de raketten die de satelliet zouden vervoeren.

De Verenigde Staten waren geschokt; het had lange tijd vanzelfsprekend geleken dat het land op technologisch gebied de wereld aanvoerde, maar de succesvolle lancering van Spoetnik 1 deed daaraan twijfelen. De Verenigde Staten lieten het er niet bij zitten en reorganiseerden hun ruimtevaartprogramma. In oktober 1958 werd NASA, de National Aeronautics and Space Administration, opgericht. Er kwam een grote hoeveelheid geld beschikbaar en schoolkinderen werden gestimuleerd interesse te kweken in het ruimtevaart-programma, om zodoende een nieuwe generatie ingenieurs te krijgen die Amerika zou helpen weer op de eerste plaats te komen in de race naar de ruimte. Intussen timmerde de Sovjet-Unie ook hard aan de weg. Op 3 november 1957, net een maand na de lancering van de Spoetnik 1, werd Spoetnik 2 de ruimte in gestuurd om de veertigste verjaardag van de Russische Revolutie te vieren. Maar de VS bleven niet achter en na diverse mislukkingen stuurden ze op 31 januari 1958 hun eerste ruimtesonde, Explorer 1, de lucht in. Hoewel deze missies wel enig wetenschappelijk succes opleverden en de gegevens van de Explorer 1 tot de ontdekking van de Van Allen-stralingsgordel leidden, was het toch vooral een kwestie van prestige.

Beide kanten bleven sondes de ruimte in sturen. De Sovjet-Russische Luna 1 was in januari 1959 het eerste door mensen gemaakte voorwerp dat om de zon draaide, iets dat de VS twee maanden later ook presteerden. Nadat een aantal voorwerpen in de ruimte was gebracht, werd de maan het volgende duidelijke doel. Op 15 september 1959 crashte de Luna 2 bij de landing op de maan. Dit was een hoogtepunt uit het ruimtevaartprogramma van de Sovjet-Unie. Het eerste voorwerp dat door mensen was vervaardigd en het oppervlak van de maan bereikte, droeg wimpels die trots van het symbool van de Sovjets waren voorzien: de hamer en sikkel. Zeer voldaan gaf Sovjetpremier Nikita Chroesjtsjov tijdens een bezoek aan de VS aan de Amerikaanse president Eisenhower replica’s van de wimpels cadeau, daarmee aangevend dat de ruimtevaartrace op dat moment een hoofdrol speelde in de politiek van de Koude Oorlog. De Sovjets vestigden nog een belangrijk record toen de Luna 3 de allereerste beelden van de achterkant van de maan verzond. Sinds het bestaan van de mensheid hadden mensen tot 7 oktober 1959 alleen de voorkant van de maan kunnen zien. De VS liepen flink achter, maar toen hun sonde, de Banger 7, in 1964 bij een landing op de maan te pletter sloeg, nam deze de eerste foto’s van dichtbij van het maanoppervlak. De Sovjets scoorden weer bij de zachte landing van de Luna 9 die de eerste opnamen maakte van het oppervlak van een andere wereld.In de tweede helft van dat decenium probeerden de beide supermachten elkaar steeds voorbij te streven door ruimtevaartuigen naar het oppervlak van de maan te sturen of in een omloopbaan te brengen. Tegen 1967 waren veel records sinds de Spoetnik 1 gevestigd en de meeste daarvan door de Sovjet-Unie. Geen van beide landen was het volgende echter gelukt: een mens op de maan zetten. NASA begon te vrezen dat de Sovjet-Unie op het punt stond een bemande landing uit te voeren, nadat een sonde met de naam Zond 5 na om de maan te hebben gedraaid compleet met zijn bemanning van schildpadden veilig op aarde terugkeerde. Als gevolg daarvan versnelde NASA het eigen programma. De astronauten van de Apollo 8 waren de eerste mensen die aan de zwaartekracht van de aarde ontsnapten en in een baan om de maan draaiden. Het succes van die missie maakte de weg vrij naar de eerste landing op de maan door Neil Armstrong en Ediwn “Buzz” Aldrin van de bemanning van de Apollo 11. Het derde bemanningslid, Michael Collins, bleef in de commandomodule. Amerika zette daarna nog vijf keer mensen op de maan, terwijl de Sovjet-Unie dat doel nooit bereikte.

In 2003 stuurde China met succes de taikonaut (een Chinese astronaut) Yang Li-wei de ruimte in. Omdat dit het eerste land was na de VS en de Sovjet-Unie (en daarna Rusland), dat een mens naar de ruimte zond, is dit een belangrijke stap in de ruimtevaart. Het ligt voor de hand dat China in de eenentwintigste eeuw een grote rol zal gaan spelen in de exploratie van de ruimte. China heeft ook al een tegenspeler; India heeft een aantal satellieten gelanceerd en zijn eigen reis naar de maan stond gepland voor 2008.

Op 12 april 1961 transporteerde de Sovjet-Unie met succes een mens naar de ruimte. Kosmonaut Yuri Aleksejefitsch Gagarin cirkelde 108 minuten om de aarde in de Vostok 1, waarna hij zichzelf vanuit de module lanceerde en per parachute op aarde neer daalde. Op 5 mei, minder dan een maand na de missie van Gagarin, werd Alan Shepard de eerste Amerikaan in de ruimte. Hij werd in een lage baan gebracht door een raket die de Amerikanen hadden ontwikkeld met behulp van de technologie en wetenschappers van de Duitse V-2. Maar pas in februari 1962 cirkelde de Amerikaan John Glenn aan boord van de Friendship 7 met succes drie maal om de aarde. In juni 1963 vestigde de Sovjet-Unie echter weer een record toen kosmonaut Valentina Teresjkova de eerste vrouw in de ruimte werd – wat twintig jaar lang niemand nadeed. De eerste Amerikaanse vrouw in de ruimte was Sally Ride, als bemanningslid van het ruimteveer Challenger. Dat was ook het ruimteveer waarmee later de Nederlander Wubbo Ockels de ruimte inging. Sinds de komst van bemande ruimtevluchten hebben 34 landen astronauten de ruimte in gestuurd. De eerste niet-Sovjet en niet-Amerikaanse astronaut was de Tsjech Vladimir Remek in 1978. Aanvankelijk kwamen bijna al die andere nationaliteiten uit het Oostblok, maar in de jaren ’80 gingen astronauten uit landen als Vietnam, Syrië, Frankrijk en Canada de ruimte in.

Zelfs Afghanistan stuurde in 1988 iemand de ruimte in, samen met Sovjetkosmonauten. Dat was een symbolisch gebaar in de tijd dat de Sovjets zich begonnen terug te trekken van een langdurige strijd in Afghanistan.
De eerste Brit in de ruimte was Helen Sharman die had deelgenomen aan een competitie om astronaut te worden. Als eerste niet-Sovjet en niet-Amerikaanse vrouw in de ruimte vertrok ze op 18 mei 1991 om een tijd door te brengen in het Sovjet-Russische ruimtestation Mir. In 2003 vervoerde de noodlottige missie van het ruimteveer Colombia de eerste Israelische astronaut, Ilan Roman. Hij nam een ontroerende tekening mee van de aarde, zoals die vanaf de maan te zien zou zijn. De tekening was gemaakt door de 14-jarige Petr Ginz tijdens zijn gevangenschap in het concentratiekamp Theresienstadt in Tsjecho-Slowakije voor hij op transport naar Auschwitz ging waar hij het leven verloor. In 1983 werd Guion Bluford de eerste zwarte Amerikaanse astronaut, bijna tien jaar later gevolgd door Mae Jemison, de eerste zwarte Amerikaanse in de ruimte. Franklin Chang-Diaz zou de eerste Amerikaanse astronaut van Latijns-Amerikaanse afkomst zijn, maar hij gaat ook door als eerste astronaut uit Costa Rica, aangezien hij daar is geboren.

Op 28 oktober 2001 werd de Amerikaanse zakenman Dennis Tito de eerste ruimtetoerist. Hij betaalde zo’n 20 miljoen dollar om zeven dagen aan boord van het internationale ruimtestation ISS door te brengen. In april 2002 betaalde de zakenman Mark Shuttleworth uit Zuid-Afrika een soortgelijk bedrag voor een ruimtevakantie. In oktober 2005 ging de derde ruimtetoerist, Gregory Olsen, net als zijn voorgangers op bezoek bij het ISS, door een plekje te kopen aan boord van de Russische Soyuzmissie. De drie mannen doorliepen een intensief trainingsprogramma om fit genoeg voor de reis te zijn en om in het ruimtestation wetenschappelijke experimenten te kunnen uitvoeren.

Space Shuttle (ruimteveer) is de algemene naam voor het ruimtetransportsysteem van NASA. Het programma ging op 5 januari 1972 van start, toen president Nixon het aankondigde als een goedkoper, herbruikbaar alternatief voor de dure bemande missies van de jaren ’60, zoals de Apollo-missies. In september 1976 was het prototype Enterprise klaar en in 1977 voerde dat een serie vlieg- en landingsproeven binnen de atmosfeer uit. Tegelijkertijd ging de bouw al van start van het eerste ruimteveer: de Columbia. Na twee jaar testen op het Kennedy Space Center, waarbij twee mensen om het leven kwamen, werd het veer uiteindelijk op 12 april 1981 gelanceerd. Een nieuw tijdperk in de ruimtevaart was aangebroken.

In de vier jaar na 1981 lanceerde NASA nog met succes drie ruimteveren: de Challenger in april 1983, de Discovery in augustus 1984 en de Atlantis in oktober 1985. De vloot van vier ruimteveren voerde diverse taken uit, waaronder het instellen van nieuwe satellieten, het uitvoeren van reparaties, het lanceren van sondes vanuit een omloopbaan om de aarde en het uitvoeren van experimenten. De Atlantis bracht de planeetsondes Magellan en Galileo in hun baan naar respectievelijk Venus en Jupiter. De Discovery lanceerde in 1990 de Hubble-telescoop en veel veren waren betrokken bij servicemissies voor het gigantische instrument. In 1995 begon het ruimteveer mensen en voorraden naar het Russische ruimtestation Mir te vervoeren. Dit was een belangrijke stap in de samenwerking na de Koude Oorlog tussen de voormalige rivalen Rusland en de VS. Ruimteveren hebben talloze reizen naar het verouderende ruimtestation gemaakt tot het in 2001 uit bedrijf werd genomen. Door deze vluchten konden de bemanningen van de ruimteveren zich goed voorbereiden op het onderhoud van het internationale ruimtestation ISS waarvoor de ruimteveren cruciaal zijn. Het bouwen van dit station werd het hoofddoel van de drie overblijvende ruimteveren.

Na ruim twee jaar werd opnieuw een ruimteveer gelanceerd. De Discovery vertrok op 26 juli 2005 uit Florida.Toen brak echter ook een stuk schuim van de externe brandstoftank af, maar dat raakte gelukkig niet het ruimteveer. Het vaartuig keerde veilig op aarde terug, maar de vloot van nog drie veren stond daarna weer aan de grond. In mei 2006 werd de lancering van de Discovery wegens een probleem met een meetinstrument uitgesteld tot 1 juli. Nadat de lancering twee keer door slecht weer was uitgesteld, startte de spaceshuttle op dinsdag 4 juli, ondanks een afgebroken stukje schuim, met succes zijn missie in de ruimte. In 2006 stond nog een missie gepland. Vertragingen in het ruimteveerprogramma betekenen een tegenslag voor de voltooiing van het internationale ruimtestation die oorspronkelijk voor 2010 stond gepland. Na die voltooiing van het ruimtestation zullen de ruimteveren worden vervangen door een ‘Crew Exploration Vehicle’, dat mensen naar het ruimtestation, de maan, Mars en mogelijk nog verder kan vervoeren.

Als reactie op het Amerikaanse transportsysteem ontwikkelde de Sovjet-Unie zijn eigen herbruikbare ruimtevaartuig, meestal Buran genoemd naar de eerste en enige succesvolle Russische shuttle. Buran werd met succes in november 1988 onbemand gelanceerd vanaf het ruimtevaartcentrum Baikonur in Kazachstan. Het ruimteveer legde twee ronden om de aarde af voor het zichzelf weer aan de grond bracht. Door politieke omwentelingen en een financiële crisis in het land werd de bouw van twee andere ruimteveren, Ptichka en Baikal, nooit afgerond. Twee andere ruimteveren waarvan de bouw net was begonnen, werden weer geheel gedemonteerd. Na het afbrokkelen van de Sovjet-Unie erfde Kazachstan het ruimteveerprogramma, waardoor het nu een van de twee landen is die ruimteveertechnologie in huis heeft. Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat het Buran-programma opnieuw zal worden opgestart; de eerste Buran werd in 2002 vernietigd toen het dak van de hangar instortte en Kazachstan heeft alleen het onafgeronde ruimteveer Ptichka nog tot zijn beschikking.

Drieënzeventig seconden na de lancering op 28 januari 1986 ontplofte het ruimteveer Challenger, waarbij de zeven astronauten aan boord het leven verloren. Men ontdekte dat door het koude januariweer een 0-ring, die een van de stuwraketten had moeten afdichten, gedeeltelijk niet meer flexibel was. Daardoor sloot een deel niet goed af, wat tot lekkage van de stuwraket leidde. Onder de zeven bemanningsleden bevond zich Christa McAuliffe, die een competitie had gewonnen om als eerste onderwijzeres in de ruimte te mogen worden gelanceerd. Onmiddellijk stelde president Reagan zijn State of the Union toespraak uit, om als eerbetoon vanuit het Witte Huis een van de ontroerendste en beste toespraken uit zijn presidentschap te houden.

Na twee jaar en acht maanden ging met de lancering van de Discovery op 29 september 1988 weer een veer de ruimte in. Het jaar na het verlies van de Challenger begon NASA aan de bouw van een vervangend ruimteveer, maar de Endeavor werd pas op 7 mei 1992 de ruimte in geschoten. Zeventien jaar en vier dagen na de ramp met de Challenger sloeg het noodlot opnieuw toe toen het ruimteveer Columbia op 1 februari 2003 bij de terugkeer in de dampkring ontplofte. Bij de lancering op 16 januari 2003 was een stuk isolatieschuim van de externe brandstoftank afgebroken en dat sloeg 82 seconden na de lancering tegen het ruimteveer. Het schuim veroorzaakte een scheur in de romp, waardoor de vleugel werd blootgesteld aan superhete gassen toen het veer weer in de atmosfeer kwam. Hierdoor spatte de Columbia minder dan twintig minuten voor de geplande landing uiteen en kwamen de zeven bemanningsleden om. Brokken van het ruimteveer kwamen in een uitgestrekt deel van de staat Texas terecht.
<div”>

 


Een ruimtewandeling

Wilt u ons contacteren dan kan dat